menu
 winkelmandje 

Het esoterische Christendom

Rudolf Steiner

De voordrachten die in deze uitgave zijn opgenomen – Rudolf Steiner hield ze tussen 1910 en 1912 – waren van meet af aan zeer omstreden. De gezichtspunten die Steiner hierin met betrekking tot het christendom naar voren bracht, riepen heftige reacties op. Met name in kerkelijke kringen, maar ook in de Theosofische Vereniging waar Steiner indertijd werkzaam was, kon men hem moeilijk volgen in zijn radicale visie op Christus. Zo was de inhoud
van deze voordrachten er de oorzaak van dat hij in 1913 uit
de Theosofische Vereniging werd gezet.

Ook voor de huidige lezer bevatten de voordrachten gezichtspunten die op zijn minst als ongebruikelijk kunnen worden ervaren. In de kern gaat het daarbijom het inzicht dat Christus een werkelijk wezen is met wie elk mens een individuele verbinding kan hebben. Om de werkelijkheid van Christus te kunnen ervaren, aldus Steiner, heeft niemand een kerk of een priester nodig. Ieder mens kan op eigen kracht de betekenis van Christus onderkennen.

Maar er was meer. Rudolf Steiner zag Christus niet alleen als een historische werkelijkheid, maar ook als een wezen dat sinds zijn dood en opstanding in Palestina voortdurend actief blijft. Een werkelijk wezen houdt immers nooit op werkzaam te zijn.
Steiner voorspelt dan dat Christus in de twintigste eeuw, terwijl hij zich in de geestelijke wereld bevindt, op een nieuwe wijze werkzaam zal worden.

Hij spreekt van 'de verschijning van Christus in de etherische wereld', een gebeurtenis die in zijn ogen even belangrijk is als de gebeurtenis op Golgotha.
Een bewuste ontmoeting met de wederkerende Christus beschouwde Steiner als de belangrijkste spirituele ervaring die men vanaf de twintigste eeuw kan opdoen.

Volgens Steiner kan men in uiterlijke (exoterische) zin gemakkelijk aan deze wederkomst van Christus voorbijgaan, juist omdat hij met gewone ogen niet valt waar te nemen. In innerlijk (esoterisch) opzicht gaat het echter om een geestelijke gebeurtenis die beslissend is voor de verdere ontwikkeling van de mensheid.
Steiner wijst in dit verband op het belang van spirituele begrippen voor een bewuste verhouding tot die beslissende gebeurtenis.

Zonder een helder begrip van zaken als karma, etherische wereld en helderziendheid kunnen allerlei verschijnselen die samenhangen met de verschijning van Christus in de etherische wereld niet worden begrepen. Steiner zag de antroposofie dan ook als een bijdrage tot een beter begrip van het 'esoterische' christendom.

In zijn nawoord beschrijft Jelle van der Meulen de omstandigheden waaronder deze voordrachten werden gehouden. Hij gaat in op de spirituele achtergrond van het christendom en met name op de rol van Christian Rosenkreutz daarin. Tenslotte werpt hij de vraag op in hoeverre de 'voorspellingen' die Steiner met betrekking tot de etherische Christus in 1910 deed, inderdaad zijn
uitgekomen.

[Voorwoord van de redactie van de serie Werken en Voordrachten]

(een keuze uit GA 118 en GA 130)

Het esoterische Christendom

Rudolf Steiner · alles van deze auteur 

€ 27.50