menu
 winkelmandje 

Jan Zee over erfelijkheid 

Voorproefje  

Een fragment uit Jan Zee - Het raadsel van de materie

In het organisme, bij de mens, het dier en de plant, lijkt het erop dat de materie bestuurd wordt in de er­felijkheid. De materialistische visie hierop (het materi­alisme, bedoeld als wereldbeschouwing die uitgaat van de gedachte dat er buiten de materie niets bestaat) is, dat in de eerste plaats alles 'tussen de oren zit' (dat wil zeggen alles wat de ziel, wat het innerlijk betreft), en dat in de tweede plaats alles wat tussen de oren zit uiteindelijk gedirigeerd wordt door de materie, dat wil zeggen door het erfelijke materiaal dat in iedere cel­kern opgeslagen ligt in de genetische codering.

Om een voorbeeld te noemen: ik hoorde kortgele­den in een wetenschappelijk programma op de televi­sie de half als grap, maar in de discussie ernstig geno­men vraag, of er ook een gen voor religie zou zijn. Uitgaande van de erfelijk vastgelegde behoefte van de mens zich een god te creëren... Voor dit programma werden wetenschappers uitgenodigd zoals een evolu­tiebioloog, een celbioloog, een filosoof. In tegenstel­ling tot waar we hiervóór van zijn uitgegaan is hier opeens alle vrijheid een illusie, en in plaats van aan god zijn we overgeleverd aan de willekeur van de ma­terie. Alhoewel willekeur... ? In die materie blijkt dan toch maar een grootse wijsheid te steken - voor wie dat zien wil! Maar een wijsheid die vanuit deze bena­dering geen werkelijke vrijheid toestaat. Of misschien bestaat er dan ook voor vrijheid wel een gen...

De denkfout die hier, naar ik meen, gemaakt wordt is dat aan de erfelijkheid een veel te grote macht toe­geschreven wordt door evolutionisten, evolutiebiolo­gen en andere vakspecialisten. Want met de mens hebben we te doen met zijn heel bepaalde mens­vorm, met een gestalte die kosmisch bepaald is en die niet van de aarde stamt. "De mens is naar gods even­beeld geschapen". Hij is van goddelijke makelij.

De huidige wetenschapper zal zeggen: hoe weet je dat?

Het volgende voorbeeld kan er ons al een andere kijk op geven. Beschouwen we eens de bouw van de ledematen van de mens. Hieraan ligt een kosmische maat ten grondslag, namelijk die van de "gulden sne­de". De gulden snede is de wiskundige uitdrukking van iets dat ons hoogste gevoel van schoonheid op­roept, waarvan de vele boeken die daarover zijn ge­schreven getuigen. Schilderijen worden vaak in lijsten geplaatst die de maat hebben van de gulden snede. Daar geldt dat de hoogte staat tot de breedte, als de breedte staat tot de som van hoogte en breedte. Dit lijkt ingewikkelder dan het is. Want kijkt u maar naar bijvoorbeeld uw eigen hand. Daar ziet u voor ogen wat de gulden snede is: het laatste kootje van, zeg, uw middelvinger, verhoudt zich tot het tweede kootje als de gulden snede. Dat wil zeggen de kortste lengte staat tot de grotere lengte (die van het tweede kootje dus), als die grotere lengte staat tot de som van die twee. Maar het tweede kootje verhoudt zich tot het derde kootje ook weer volgens de gulden snede. En het derde kootje verhoudt zich tot de lengte van de middenhand soortgelijk. Zo kunnen we doorgaan: de middenhand staat tot de onderarm, als de onderarm tot de bovenarm. Steeds vinden we de maat van de gulden snede. Daarom bent u ook zo mooi gebouwd! Maar de een is wel mooier gebouwd dan de ander! De ene mens is dik en klein, en de ander misschien dun en lang. Maar ondanks deze soms grote propor­tionele verschillen ligt toch aan iedere mens deze, welbeschouwd, goddelijke maatvoering ten grond­slag. Dat mag zo zijn, maar... tegelijkertijd wijken wij er ook allemaal van af. En ieder op zijn of haar speci­fieke wijze. En de mate waarin we afwijken ligt erfelijk vast. De gulden snede in ons lichaam ligt niet erfelijk vast. De mensvorm ligt niet erfelijk vast, de kosmi­sche maten en verhoudingen die aan de mensgestalte ten grondslag liggen, liggen niet erfelijk vast. Alleen vast ligt de mate waarin wij ervan afwijken.

Er zijn dus dingen die vastliggen en dingen die niet vastliggen. Het vastleggen van dingen hoeft niet in tegenspraak te zijn met onze vrijheid.

Misschien is het zelfs wel zo dat sommige dingen moeten worden vastgelegd opdat de mens werkelijk vrij kan zijn; als we alleen al denken aan het karma dat hiervoor is beschreven. Er bestaat ook nog zoiets als de 'Heer van het karma', aan wie we verantwoor­ding schuldig zijn voor al onze daden in dit leven én in vorige levens. Gezinspeeld is al op de grote wijs­heid die blijkt uit alles wat vastligt in de erfelijkheid, in de materie.

De erfelijkheid blijkt dus precies overeen te komen met wat hiervoor gezegd is over karma. Beiden leg­gen vast in hoeverre de mens afwijkt van het schep­pingsmodel. Bij beide ligt de aanleg vast. Zij verschil­len in zoverre dat de aanleg binnen. het karmische patroon verwijst naar een veel ruimer perspectief, namelijk naar de vele doorgemaakte levens.

Dit alles brengt mij tot een volgende stap van in­zicht in wat materie is. In feite is het een reusachtige stap, maar in werkelijkheid ligt het toch zo voor de hand. Namelijk dit: de materie is helemaal geen ma­terie, maar het is karma.

KLIK HIER om deze uitgave te bekijken