menu
 winkelmandje 

Henning Köhler over opvoeden 

Voorproefje  

Een fragment uit: Henning Köhler - Ruimte voor kinderen

Wat wordt er tegenwoordig gevraagd van ouders of leerkrachten, aan allen die kinderen opvoeden?

In de afgelopen anderhalve eeuw zijn alle verhoudingen in de maatschappij veranderd, met als gevolg dat ook de taak van de opvoeder thuis, in de kleuteropvang en op school, grondig is veranderd. Ik wil dat graag verduidelijken aan de hand van een onderwerp dat van grote betekenis is.

In het verleden groeiden kinderen nog op in levensomstandigheden waarin zij overvloedig toekwamen aan elementaire belevingen. Daarmee bedoel ik dat de kinderen in hun spel en in het dagelijks leven in een natuurlijke omgeving verkeerden. Ze hadden onmiddellijk contact met de natuurlijke dingen: met lucht, water, bomen, regen, zand en stenen. Ze speelden niet op straat maar aan de rand van het veld, in het bos en aan de oever van de beek. Klimmen leerden ze niet in klimtoestellen op de speelplaats maar in de bomen in het bos.

Maar in welke boom mag een kind tegenwoordig nog klimmen zonder dat iemand zich daarover opwindt? Kijk eens hoe ouders of opvoeders reageren als een kind tegen een natuurlijke grens, een zenuwprikkelende situatie, aan loopt.

Zij grijpen zo snel mogelijk in, opdat het kind maar niets overkomt.

Precies. En het vervelende is: de ouders hebben ook gelijk; meestal in ieder geval. Want de kinderen van tegenwoordig hebben bij het klauteren, balanceren en het inschatten van dreigend gevaar vaak niet meer die trefzekerheid die kinderen een aantal decennia geleden nog wel hadden.

Vroeger was het leven van een kind dus wat wilder, en dat is de opgroeiende kinderen van nu bijna niet meer toegestaan. Vroeger was het dan ook een taak van de opvoeder om de kinderen uit hun natuurlijke wildheid te halen en ze voor te bereiden op de eisen van de volwassenheid en de maatschappij. Dit wil zeggen dat de opvoeding toen terecht de opdracht had om de kinderen discipline te leren en de kinderlijke levenshonger te beteugelen.

De elementaire belevingsterreinen gingen verloren

Als men vanuit dit gezichtspunt de levensomstandigheden van de tegenwoordige kinderen in de geïndustrialiseerde samenleving bekijkt, in het bijzonder die van kinderen die in of rond de grote steden opgroeien, dan is duidelijk dat de omstandigheden volledig veranderd zijn. In de levensomstandigheden waarin het kind tegenwoordig opgroeit zijn bijna geen natuurlijke plaatsen waar het elementaire belevingen kan opdoen. Kinderen groeien grotendeels op in een omgeving die door mensen is geschapen en die van hen een bepaald geordend optreden vereist, zoals op speelplaatsen, in parken of in het verkeer. Neem nu een gezin dat met één of twee kinderen in de stad leeft, in een flatgebouw waar meerdere gezinnen leven. Buiten voor de deur loopt een straat met druk verkeer, de dichtstbijzijnde speelplaats met wat klimrekken, een zandbak en een glijbaan is een paar straten verder, bomen zijn er in de naaste omgeving alleen als afzetting van de verkeersweg. In zo’n omgeving worden de kinderen alleen al door de omstandigheden opgesloten, men kan ze daar niet vrij hun gang laten gaan.

Verder is de jeugd geïnstitutionaliseerd zoals nooit eerder het geval is geweest; kinderen worden van het ene instituut naar het andere doorgeleid, van het gezin naar de peutergroep en daarna naar de kleuterschool, van de kleuterschool naar de basisschool en vervolgens naar de volgende school enzovoorts. Al in de peuteropvang is hetgeen het kind doet, aan een bepaalde discipline onderworpen. Allerlei dingen moeten in acht worden genomen zoals tijden, beschikbare ruimte, speelmogelijkheden. Natuurlijke plaatsen voor elementaire belevingen komt het kind er bijna niet tegen. Deze tendens gaat steeds verder door, tot in alle fasen van het opgroeien en opvoeden van het kind. Alles bij elkaar wordt daarmee nu een beeld geschapen van een aangelijnde, gedisciplineerde en georganiseerde jeugd.

Ik moet er meteen bij zeggen dat het er mij niet om gaat om vroegere tijden te idealiseren. Ik probeer alleen te beschrijven hoe de dingen voor kinderen veranderd zijn, om daaruit conclusies te kunnen trekken voor wat in onze tijd in de opvoeding noodzakelijk is. De vraag die zich bij de waarneming van de feiten nu opdringt is: waar zijn de plaatsen voor elementaire belevingen gebleven, die voor de ontwikkeling van het kind gewoon onmisbaar zijn? Ze zijn er bijna niet meer…

Dat geeft aan, dat de eigenlijke opvoedingsopdracht tegenwoordig niet bestaat uit disciplinering en ook niet uit kennisoverdracht. Het is eerder zaak om de verloren gegane plaatsen voor belevingen weer aan te bieden, om de kinderen weer de mogelijkheid te geven hun natuurlijke wildheid uit te leven en zo hun zintuigen te ontwikkelen, trefzekerheid in het bewegen te verkrijgen en hun angst te beheersen. Feitelijk echter richt de opvoeding zich tegenwoordig nog steeds naar de maatstaven van de vorige eeuw. Kinderen worden grootgebracht opdat zij zich zo goed mogelijk volgens de normen kunnen gedragen. Opvoeding moet echter tegenwicht bieden tegenover de eenzijdigheid van de levensomstandigheden en tegenover de status quo. Vandaag de dag is de status quo: disciplineren, normeren, begrenzen en plastic.

KLIK HIER om deze uitgave te bekijken