menu
 winkelmandje 

Tijdgenoot worden 

Interview met Jan Klaasen, door John Hogervorst  

Jan Klaasen (1946) was werkzaam als leraar filosofie, pedagogie en geschiedenis in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs, o.a. op de Vrije Pedagogische Academie te Zeist en de Vrije School in Eindhoven. Hij is lid van de Medisch Pedagogische Onderzoeksgroep en auteur.

Je schreef het boekje Miniaturen, met een originele blik op twintig eeuwen geschiedenis. Wat boeit jou zo in de geschiedenis?

Ik ben geschiedenis gaan studeren omdat er op een Vrije School een geschiedenisleraar nodig was. Ik heb mijn diploma gehaald door alles te leren wat tegenwoordig geschiedenis heet. Maar pas daarna merkte en ontdekte ik dankzij de antroposofie wat geschiedenis eigenlijk is. Want wat in de geschiedenis het werkzame of het werkelijke is, is voor ons gewone dagbewustzijn verborgen. Je moet weliswaar naar de historische feiten en gebeurtenissen kijken maar je bent 'door die feiten heen' gericht op de werkzame impulsen waarvan de historische feiten en gebeurtenissen, de 'slakken' of effecten zijn. In mijn studie was er alleen aandacht voor de slakken, zonder samenhang. Zoekend naar deze laag kan pas inzicht in de zin-samenhang tussen de gebeurtenissen ontstaan.

Is dat ook niet in ieder persoonlijk leven het geval? Mensen handelen ondanks bepaalde, bewuste of half bewuste, motieven veelal onbewust vanuit een bepaalde verbinding met impulsen. Achteraf blijkt vaak dat deze impulsen wezenlijker waren dan de min of meer bewuste motieven. De huidige belangstelling voor de eigen biografie of die van anderen, duidt ook op een vraag naar zin: wat wil ik eigenlijk, welke impulsen of idealen heb ik? Het op het spoor komen van deze historisch werkzame impulsen boeit mij, want ieder mens mensenleven speelt zich af in een historische samenhang waarvoor we nu wakker kunnen worden. In het leerplan van het geschiedenisonderwijs voor de bovenbouw is dit in combinatie met de gegeven menskundige inzichten aan de orde.

Kun je een voorbeeld van zo'n impuls noemen?

Neem het voorbeeld van het ontstaan van de moderne natuurwetenschap. Je kunt beschrijven wanneer en bij wie de moderne natuurwetenschappelijke houding vanaf de 14e, 15e eeuw op gang begint te komen en hoe dat verder uitwerkt. Maar wil je begrijpen en verklaren waardoor dit mogelijk werd, dan moet je ook kijken naar wat er bij de mensen constitutioneel veranderde, waardoor dat exact leren kijken naar de natuurfenomenen, een kenmerk van de natuurwetenschap, mogelijk werd. Dat veranderingsproces kwam al in de 4e, 9e eeuw op gang maar werd pas effectief zichtbaar in de 19de eeuw. Zo zijn bijvoorbeeld ook de Griekse of Egyptische culturen niet te begrijpen zonder te kijken naar hoe de mensen constitutioneel veranderden. Geschiedkunde en menskunde kunnen niet zonder elkaar.

Er is veel te doen over het geschiedenisonderwijs de laatste tijd.

Ja, allerlei staatscommissies hebben steeds weer met nieuwe voorstellen zowel methodisch (exemplarisch, thematisch, chronologisch) als inhoudelijk, het geschiedenisonderwijs proberen te vernieuwen. Maar om het vak geschiedenis te kunnen geven moet eerst de eigenlijke vraag - wat is geschiedenis? - worden beantwoord.

Kun je vertellen waarin het belang ligt om ons, in de 21e eeuw, met zoiets als geschiedenis bezig te houden?

Ieder mens vraagt zich bewust of onbewust wel eens af: wil ik nog wat ik doe of tot nu gedaan heb, of wil ik iets anders? Dan komt de vraag naar inzicht om de hoek. Ieder mens legt als individu in feite door de manier waarop hij leeft, waar hij zich voor inzet enz.., getuigenis af van hoe hij zich zelf in de geschiedenis plaatst en hoe dus in hem actuele historische impulsen

leven. Geschiedenis is mensenwerk en geen blind natuurgebeuren. We leven ons leven, zeker in het begin, onbewust in de stroom van de tijd, maar we kunnen ontwaken en vragen stellen.

Hoe bedoel je dat?

Ten gevolge van de opkomst van de natuurwetenschap en het exacte weten zijn we uit de stroom van de tijd gevallen, waardoor inzicht en vrijheid mogelijk werden. Maar daarmee staan we nu ook voor de opgave om ons bewust te engageren en onszelf nu bewust 'geweten' in de tijdsstroom te plaatsen. Is dat wat nu individualisering heet hiervan geen symptoom? Hoe veel mensen willen in hun leven niet de polsslag van de tijd voelen die aansluiting geeft die men echt wil? Het antwoord dat daarop gegeven wordt, heeft altijd zijn wortels in het verleden en heeft dus met werkzame impulsen te maken.

Om een beeld te gebruiken: als je in een vreemde stad komt en je staat bij een plattegrond om de weg te vinden, zoek je allereerst naar de pijl die zegt 'hier staat u' om vervolgens naar de plek te kijken waar je naar toe wilt. Waar is de pijl te vinden die ons zegt waar we staan in de tijd? Wat is nu aan de tijd? Wat is verleden in het heden en wat heeft toekomst? We zijn, met andere woorden, niet vanzelfsprekend 'tijdgenoot', dat moeten we levenslang worden. Een hele klus.

Wanneer valt een mens uit de stroom van de tijd?

Dat is individueel verschillend. Ik zou zeggen op het moment dat de jonge mens innerlijk de consequenties van het geboren zijn in deze familie, met deze vader en moeder, het zitten in deze klas op deze school, gaat beseffen en tot de innerlijke vraag korrt: ben ik dat? De vraag zo stellen betekent tevens hem beantwoord te hebben. Hij beleeft, hoe diffuus ook, dat hij meer is dan de omstandigheden waarin hij geboren (farrilie, milieu, volk) is en dat hij meer is dan wat hij van zich zelf op dat moment weet. Individu zijn betekent: de opgave tijdgenoot te worden.

Kun je een historisch onderwerp noemen wat je in het bijzonder interesseert?

Een heleboel, maar vooral: de huidige politieke vormgeving van Europa na 1945 van EGKS, naar EEG naar EU, in het licht van de Europese rol in de wereldgeschiedenis tot nu toe. Merkwaardig dat deze rigoureuze veranderingen zonder debat plaatsvinden terwijl de gevolgen steeds concreter worden! We kunnen er iedere dag over lezen, maar de grote vraag is welke impulsen daarin werkzaam zijn, met name naar aanleiding van wat zichtbaar is geworden in de negentiger jaren van de twintigste eeuw op de Balkan, in het licht van wat daar speelde in de 4de, 9de en 19de eeuw. In de geschiedenis dus...